De Jubelvorst

Het is een van de best bewaarde geheimen van Boeskoolstad. Want wie wordt de jubileumvorst van de Blaanke Boeskeulkes? Hieronder een cryptisch verhaal om u een handje te helpen bij deze zoektocht. Op 10 november 2018 is het zover en toont Hij zich aan het publiek. Na 10 november laten we op onze site weten waar Hij verstopt zat.

De Boeskool is bezig, ik zit met een zonnebril en een koud glaasje bier in de tuin te lezen om bij te komen van een zware woensdagavond op de Groote Markt en ben totaal nog niet bezig met carnaval. Besturen van een carnavalsvereniging doe je van september tot carnavalsweekend, was altijd mijn adagium. Een half jaar op en vervolgens een half jaar af. Zo rond de najaarskermis met de vertrouwelijke lootjes van de Missietent en de kroketten van Braakhuis begint het carnavalsvuur weer een beetje in mij te branden. Ik schrik op wanneer ik een luide knal hoor, vlak naast mijn stoel. Het blijkt een steen te zijn. Blijkbaar is deze over de schutting gegooid en mag ik niet weten wie deze actie heeft ondernomen. Eerst ben ik geïrriteerd om deze onbezonnen actie, ik had de steen wel op mijn kop kunnen krijgen, maar dan zie ik een glinsterende gouden envelop die aan de steen is vastgebonden en breekt bij mij een stralende glimlach door. Na 55 jaar carnaval kan een vos wellicht zijn haren verliezen, maar nooit zijn streken. Ik word vroeger dan ooit op pad gestuurd! Ik open de envelop en lees de tekst aandachtig door:

Wie overwint de stoelendans om de kroon?
Wie bestijgt als 5e de jubileumtroon?
Wie volgt Gerrit, John, Maus en Jaap op?
Wie staat een historisch lang carnaval aan top?

Dat is de vraag die jij beantwoorden moet
Lees daarom de tekst aandachtig en goed
Vind de Heilige en daarmee de Vorst
En gebruik de kennis die je meetorst

Zoek de Heilige? Dat is onbegonnen werk! Hoeveel Heiligen zijn er wel niet? Dat zijn er tientallen, zo niet honderden. Ik graaf in mijn gedachten en loop de mij bekende heiligen één voor één na. Pater Damiaan komt voorbij, evenals Moeder Theresa, de Heilige Albertus, Paus Johannes Paulus II. Maar ik zie geen link met carnaval danwel met onze geliefde Boeskoolstad. Maar dan schieten mij een aantal Oldenzaalse kerken te binnen: De heilige Maria, de heilige Antonius en de heilige Plechelmus. Ook de Heilige Franciscus is als naamgever van een basisschool diep in de Oldenzaalse geschiedenis verankert. Het wordt een rondrit door Oldenzaal dus.

Ik start dichtbij huis en fiets naar de Mariakerk. Ik groet Oud Vorst Könes die de tuin aan het schoffelen is en stap af voor de deur. De Mariakerk, toch een soort Gallië binnen de Plechelmusparochie, een stadstaat op zich, zich kranig verwerend tegen de besluiten van Pastor Reerink. De deur is echter gesloten en ook rondom het gebouw is geen bedrijvigheid te vinden.
Dan door richting de Franciscusschool. Hier heb ik in het verleden de Vorst al eens mogen ontwaren. Zou dit dan de 2e keer zijn? Is dit zulke vruchtbare carnavalsgrond? Maar ook hier is geen activiteit te ontwaren. Ik loop met de fiets aan de hand verder langs het te koop staande parochiegebouw van de Antoniuskerk en hoop dat ik hier meer geluk heb. Echter wederom een dichte deur.
Lichtelijk teleurgesteld vervolg ik mijn weg richting de stad. Omdat de Boeskool is Lös nog bezig is, is de stad afgesloten voor het verkeer. Wat een geweldig evenement is het ook, de feestcommissie heeft het weer tot in de puntjes geregeld. De voorzitter van de Boeskool heeft wel een punt wanneer hij aangeeft dat het voor vrijwilligers bijna niet meer te doen is om dit te organiseren. Voor 170.000 bezoekers in 5 dagen tijd, moet je bijna wel een professioneel evenementbureau inschakelen. De hele stad loopt door de vele pers en propaganda uit voor dit festijn met als gevolg dat de wijken in deze 5 dolle dagen in augustus lijken op spookwijk Varosha in Famagusta, Cyprus.

Ik neem de fiets aan de hand, wurm me langs de dranghekken en haal mijn vinger open aan de muur aan de andere kant. Een flinke snee, maar niet dusdanig dat ik langs de eerste hulp moet. Ik loop door en zet mijn fiets bij Jules Bilous tegen de gevel en probeer de deur van de Plechelmustoren. Deze geeft gelukkig mee en ik sluip naar binnen. Maar ook lijken weinig aanwijzingen te vinden. Net op het moment dat ik weer wil vertrekken, voel ik een windvlaag achter me en als ik me omdraai zie ik nog net een gedaante de trap naar het Loden Bönneke op lopen. Mijn eerste gevoel zegt dat ik de gedaante moet volgen, maar dan zie ik onder aan de trap een nieuwe gouden envelop liggen.

De trip is bijna voltooid
De Heilige Drie-eenheid is echter dé stek
En als je dan alle aanwijzingen plooit
Valt in de schaduw van de kerk alles op zijn plek

Ik storm de toren uit, spring op mijn fiets richting de Drie-eenheidschool en alsof ik de Tour de France moet fietsen, vlieg ik door de Paradijsstraat. Binnendoor fietsend bij de Molenkamp vlieg ik de Molenstraat over en stop voor Stadstheater De Bond. Valt dit onder de schaduw van de kerk? Of is dit te ver weg? Ik zie nog niks en fiets toch verder. Ik moet zoals altijd in de Haverstraat Samos ontwijken, de hond die niet op of om kijkt als hij midden op straat ligt en de verschillende weggebruikers moeten uitwijken.

Ik zet mijn fiets tegen de voormalige pastorie van de Drie-eenheidskerk, waarin nu een kinderdagverblijf is gevestigd. Het begint al te schemeren. De Heilige Drie-eenheid: De Vader, de Zoon en de Heilige Geest. Ik keek om me heen richt mijn blik op de speelplaats van de gelijknamige basisschool en ik zie daar dezelfde gedaante als in de toren om de hoek wegglippen. Hij steekt echter zijn hoofd nogmaals om de hoek en steekt zijn duim op. Ik laat alles in mijn gedachten de revue passeren en opeens weet ik het! Daar, in de verte van het schoolplein, komen de dingen samen. Ik weet wie HIJ is, heb wederom de UITVERKORENE achterhaald. Moe maar voldaan stap ik op de fiets en drink in de warme zomeravondlucht nog één biertje op de Jubelvorst en ga heerlijk slapen.

Ralph Steinebach